3.1 Melkveehouderij en zuivelketen

Ontwikkelingen in de sector

De melkveehouderij is de grootste emissiebron binnen de veehouderij. Naast de gestructureerde aanpak voor energie en klimaat vanuit het Agroconvenant lopen er diverse initiatieven vanuit de sector zelf. Zoals de Duurzame Zuivelketen en activiteiten vanuit ketenpartijen waarmee gestuurd wordt op energie en klimaat, bijvoorbeeld het stimuleren van het gebruik van een energiescan in de kwaliteitssystemen van de zuivelsector. De Duurzame Zuivelketen gebruikt tools zoals de kringloopwijzer, energiescans en routekaarten. De sector staat naast klimaat voor vele andere uitdagingen. Er is een maatschappelijke wens voor koeien in de wei en tegelijkertijd zijn er zorgen om dierenwelzijn, een gevarieerd platteland en biodiversiteit. Er zijn productiebeperkende maatregelen vanuit de overheid (fosfaatrechten) en milieueisen die soms nog verder gaan dan de EU-regelgeving. Hierdoor zijn de vaste kosten en verplichte investeringen hoog, terwijl de melkprijzen steeds meer fluctueren door liberalisering van de Europese en wereldmarkt.         

De zuivelsector is één van de weinige sectoren in Nederland die reeds een plan heeft opgesteld om tot een klimaatverantwoorde zuivelsector te komen. Daarin staat de carbon footprint op bedrijfsniveau centraal, om ook in internationaal perspectief een inschatting te kunnen maken van de klimaatimpact van de Nederlandse sector. Met ingang van 2018 krijgt elk van de ruim 17.000 melkveehouders in Nederland een Dashboard Milieu en Klimaat, met inzicht in de carbon footprint van melk op het eigen bedrijf. Dit instrument houdt rekening met de maatregelen die de ondernemer treft op zijn bedrijf. Hierdoor ontstaat goed inzicht in de emissie van broeikasgassen, evenals in de overige milieueffecten.    

Recent heeft een breed samengestelde commissie aanbevelingen gedaan rond het thema grondgebondenheid. Het behouden van het grondgebonden karakter van de melkveehouderij is niet alleen een wens vanuit de maatschappij, maar ook van de sector, die heeft toegezegd de aanbevelingen te gaan uitvoeren. Dat betekent dus een keuze voor meer voer van eigen grond en meer blijvend grasland, hetgeen positief is voor weidevogels en ook een bijdrage levert aan de vastlegging van CO2. Sinds 2000 is het aandeel blijvend grasland gedaald van circa 74% in 2000 tot circa 60% in 2017 (CBS). In 2017 telde Nederland circa 17.500 melkveehouders met circa 1,69 miljoen koeien die samen circa 14,1 miljard liter melk produceerden (CBS). De zuivelsector is voor de Nederlandse economie een belangrijke speler, met een sterke exportpositie. De ontwikkeling van het aantal bedrijven, het aantal koeien en de melkproductie is weergegeven in figuur achttien. 

Ontwikkeling van de zuivelsector
20002005201020152017
Aantal melkveehouderijen100%83%71%68%66%
Aantal melk- en kalfkoeien100%95%98%108%113%
Melkaanvoer bij de zuivelfabriek100%98%108%124%133%

Figuur 18. Ontwikkeling van het aantal bedrijven en melkkoeien

Brontabel als csv (183 bytes)

Maatregelen en resultaten

De toepassing van de erkende maatregelen voor energiebesparing (zie hoofdstuk 2.3) is de afgelopen jaren flink gestegen (CLM, 2018). Het is niet bekend welk deel van de bedrijven boven de grens van 50.000 kWh/jaar zit. Melkveebedrijven gebruiken doorgaans nauwelijks aardgas. In tabel vijf is de stand van zaken begin 2018 weergegeven. Dit is gebaseerd op een onderzoek van CLM (2018) en kan enkele procenten afwijken. Naast energie zijn een aantal andere maatregelen mogelijk voor broeikasgasreductie. Er is gevraagd naar hoofdgroepen, zoals ‘maatregelen aan het voer’. Daarbij is niet doorgevraagd wat exact de aard is van die maatregelen, zoals welk type voer nu wordt gebruikt of welke voeradditieven zijn toegepast.   

Tabel 5. Overzicht van implementatie van maatregelen begin 2018 door melkveehouders

Maatregel

Percentage

1. Erkende maatregelen energiebesparing

Voorkoeling van melk

66%

Warmteterugwinning uit koelinstallatie melktank

62%

Frequentieregeling op vacuümpomp

56%

Aftimmeren koelinstallatie voor aanzuigen buitenlucht

54%

Beperking van het vermogen binnenverlichting

72%

Beperking van het vermogen buitenverlichting

60%

Isoleren van warmwaterleidingen

60%

Energiezuinige opwekking warm tapwater

28%

(Geen maatregelen)

( 3%)

2.  Maatregelen hernieuwbare energie

Zon-PV

23%

Zon-Warmte

  2%

Wind

  3%

Biogas

-

Houtkachel

-

(Overweegt maatregelen)

(36%)

3.  Overige maatregelen broeikasgasreductie

Minder kunstmest

24%

Maatregelen aan het voer

19%

Mestopslagen

  3%

Diermanagement

22%

Bodem maatregelen

13%

Mede als resultaat van deze maatregelen is de carbon footprint van melk gedaald van 1,73 kg CO2/kg melk in 1990 naar 1,17 kg CO2/kg melk in 2016, een afname van 32% (Blonk, 2018). In figuur zeventien is te zien dat circa 90% van de emissie in 2016 in Nederland plaatsvindt, en slechts circa 10% in het buitenland. Het grootste aandeel in de emissie van de zuivelsector komt in 2016 voor rekening van de melkveehouderij (44%), gevolgd door veenoxidatie (18%), de eigen voerteelt (17%, vooral door kunstmestgebruik), aangekocht voer (circa 11%) en de zuivelverwerking (circa 8%). De gevolgde methodiek is conform de internationale regels voor melk (IDF). Verandering van landgebruik is daarbij nog niet meegenomen in de onderstaande berekening.

Trend en regionale uitsplitsing van carbon footprint (excl. LUC) voor koemelk

Figuur 19. Carbon footprint voor melk in 1990 en 2016 (Blonk, 2018).

De melkveehouderij is binnen de landbouw in Nederland de grootste emittent, met name van methaan uit koeien en mest. Tussen 1990 en 2016 is de emissie van broeikasgassen in de melkveehouderij maar weinig veranderd. Er waren minder koeien maar hogere emissies, vooral uit mest. In dezelfde periode daalde de carbon footprint van melk in Nederland met 32%. Daling van de carbon footprint wordt veroorzaakt door andere maatregelen, daling van het aantal koeien heeft daar geen invloed op. De methaanemissie per kg melk is vooral gedaald, omdat de melkproductie per koe sterk is gestegen (+39%). Dat is mede gerealiseerd door meer krachtvoer te gebruiken. Ook de methaanemissie per koe is gestegen (+17%). Verder is het aandeel jongvee per melkkoe afgenomen, waardoor er minder methaanemissie uit jongvee komt per kg melk.