3.4 Kalverhouderij en kalfsvleesketen

Ontwikkelingen in de sector

De kalverhouderij is verantwoordelijk voor slechts circa 3% van de emissies uit de veehouderij. Sinds 2000 is het aantal bedrijven met ruim een kwart afgenomen tot ruim 1000 (CBS). Overigens spreken brancheorganisaties (LTO, VanDrie Group) van meer dan 1.500 bedrijven, mogelijk zijn daarbij gemengde bedrijven meegeteld. Het zijn vooral gezinsbedrijven. De gemiddelde hoeveelheid grond per bedrijf is sinds 2000 met circa 50% toegenomen, tot in totaal circa 20.000 hectare. De emissieproblematiek is nauw verwant aan de melkveehouderij, maar met name het houderijsysteem vertoont een aantal duidelijke verschillen daarmee. In 1990 was er verder nog uitsluitend sprake van blank kalfsvlees, maar inmiddels bestaat circa 38% van de productie uit rosé kalfsvlees. Kalveren voor blank vlees kregen vooral kunstmelk, terwijl kalveren voor rosévlees vooral ruwvoer krijgen, hetgeen een hogere methaanemissie geeft.

Maatregelen en resultaten

De toepassing van de erkende maatregelen voor energie (zie hoofdstuk 2.3) is ook in de kalversector de afgelopen jaren flink gestegen (CLM, 2018). Het is niet bekend welk deel van de bedrijven boven de grens van 50.000 kWh/jaar of 25.000 m3 gas per jaar zit. In tabel acht is de stand van zaken begin 2018 weergegeven. Dit is gebaseerd op een onderzoek van CLM en kan enkele procenten afwijken. Naast energie zijn een aantal andere maatregelen mogelijk voor broeikasgasreductie. Er is gevraagd naar hoofdgroepen, zoals ‘maatregelen aan het voer’. Daarbij is niet doorgevraagd wat exact de aard is van die maatregelen, zoals welk type voer nu wordt gebruikt of welke voeradditieven zijn toegepast

Tabel 8. Overzicht van implementatie van maatregelen begin 2018

Maatregel

Percentage

1. Erkende maatregelen energiebesparing

Muurisolatie verwarmd dierverblijf

25%

Dakisolatie verwarmd dierverblijf

32%

Frequentieregelaar op ventilatoren

39%

Energiezuinige verwarming

25%

Automatische regeling CV-watertemperatuur

18%

Warmtewisselaar

  4%

Warmtepomp

11%

Isolatie dak/muren

29%

Energiezuinige klimaatbeheersing

29%

Beperking van het vermogen binnenverlichting

64%

Beperking van het vermogen buitenverlichting

64%

Isoleren van warmwaterleidingen

75%

Energiezuinige opwekking warm tapwater

43%

(Geen maatregelen)

(  0%)

2.  Maatregelen hernieuwbare energie

Zon-PV

29%

Zon-Warmte

  7%

Wind

-

Biogas

14%

Houtkachel

14%

(Overweegt maatregelen)

(36%)

3.  Overige maatregelen broeikasgasreductie

Minder kunstmest

21%

Maatregelen aan het voer

 0%

Mestopslagen

 0%

Diermanagement

  7%

Bodem maatregelen

  7%

Mede als resultaat van deze maatregelen is de carbon footprint van kalfsvlees gedaald van 14,1 kg CO2/kg karkas in 1990 naar 7,1 kg CO2/kg karkas in 2016, een afname van 50% (Blonk, 2018). In figuur 21 is te zien dat circa 64% van de emissie in 2016 in Nederland plaatsvindt, en circa 36% in het buitenland. Anders dan bij de melkveehouderij is dit gerelateerd aan het houderijsysteem en de inkoop van voer. Dat komt vooral omdat kalveren deels uit het buitenland worden geïmporteerd en in Nederland worden afgemest. Het grootste aandeel in de emissie van kalfsvlees komt voor rekening van de dierhouderij (73%), gevolgd door het aangekochte voer (40%), waarbij de slachterij 13% compenseert door benutting van bijproducten.

Trend en regionale uitsplitsing van carbon footprint (excl. LUC) voor vleeskalveren

Figuur 23. Carbon footprint voor kalfsvlees in 1990 en 2016 (Blonk, 2018)

Tussen 1990 en 2016 daalde de carbon footprint van kalfsvlees in Nederland met 50%. De emissies uit aangekocht voer zijn gedaald met 74%. Dat is met name veroorzaakt omdat er een switch is geweest van uitsluitend melkpoeder in 1990, naar weipoeder in 2016 als basis voor kunstmelk. Omdat weipoeder een bijproduct is van de kaasbereiding, heeft dat een veel lagere footprint dan melkpoeder. De emissie in de dierhouderij is vrijwel constant gebleven, hetgeen het gevolg is van een aantal tegengestelde effecten. Enerzijds zijn de methaanemissies in de dierhouderij toegenomen, zowel uit de pens als uit de mest, door een stijging van het aantal kalveren voor rosévlees en door verandering in het rantsoen voor kalveren voor blank vlees. Anderzijds is de emissie gedaald door diverse efficiencyverbeteringen, inclusief een lagere allocatie vanuit de melkveehouderij.